Digitale toegankelijkheid en de European Accessibility Act: wat betekent dit voor goede doelen?
Vanaf 28 juni 2025 gelden in Nederland nieuwe wettelijke eisen voor digitale toegankelijkheid. Deze volgen uit de European Accessibility Act (EAA), een Europese richtlijn die inmiddels is omgezet in nationale wetgeving. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) is de toezichter in ons land. Dat roept bij veel goede doelen de vraag op of – en zo ja, wanneer – hun websites, webshops of formulieren onder deze regels vallen.
Digitale diensten
De EAA is in Nederland geïmplementeerd via de Implementatiewet toegankelijkheidsvoorschriften producten en diensten. Vanaf de ingangsdatum is dit geen Europese richtlijn meer, maar Nederlands recht. De wet is echter niet algemeen van toepassing op alle websites. De verplichting hangt af van het type digitale dienst dat wordt aangeboden.
De wet maakt geen onderscheid tussen commerciële organisaties en goede doelen. Doorslaggevend is niet wie je bent, maar wat je digitaal aanbiedt. De EAA richt zich op een afgebakende set producten en diensten, waaronder zogenoemde e-handelsdiensten. Daaronder vallen digitale diensten waarmee consumenten op afstand een overeenkomst kunnen sluiten, inclusief het bestel- en betaalproces.
Voor goede doelen betekent dit dat hun webshops in beginsel onder de wet kunnen vallen. Wanneer via een website of app producten worden verkocht en online betaald kan worden, is juridisch sprake van een e-handelsdienst. Het maakt daarbij geen verschil of de verkoop structureel of incidenteel plaatsvindt, en ook het ontbreken van een winstoogmerk is niet relevant.
Overeenkomsten
Ook digitale formulieren kunnen onder de EAA vallen, met name wanneer zij leiden tot het aangaan van een overeenkomst. Denk aan online lidmaatschappen, abonnementen of structurele steunconstructies. Deze worden in de richtlijn expliciet genoemd als overeenkomsten die op afstand met consumenten worden gesloten. Andere formulieren, zoals contactformulieren, vrijwilligersaanmeldingen of meldpunten, vallen in de regel niet onder de EAA, al blijft toegankelijkheid daarvan maatschappelijk wenselijk.
Overgangstermijn
De wet kent een overgangstermijn. Nieuwe digitale diensten moesten al vanaf 28 juni 2025 aan de toegankelijkheidseisen voldoen. Voor diensten die op deze datum al bestonden, geldt een overgangsperiode tot 28 juni 2028, tenzij sprake is van een substantiële wijziging na juni 2025. In dat geval moet de dienst direct aan de wet voldoen. Wat als substantiële wijziging geldt, is niet exact vastgelegd, maar kan ondermeer bijvoorbeeld betrekking hebben op de herbouw van een formulier, een nieuw betaalsysteem of een migratie naar een ander platform.
Er bestaat geen algemene verplichting om de volledige website EAA-proof te maken. Wel is het belangrijk om per digitale dienst te beoordelen of deze onder de wet valt. Met name webshops en digitale lidmaatschaps- of abonnementsdiensten verdienen daarbij aandacht.
Uitzonderingen
De EAA bevat uitzonderingen voor zogenoemde micro-ondernemingen (minder dan tien werknemers en een jaaromzet of balanstotaal van maximaal € 2 miljoen) en voor situaties waarin naleving een onevenredige last oplevert. Daarbij moet worden aangetoond dat de kosten, gelet op de omvang en middelen van de organisatie, buitensporig zijn. Ook bepaalde bestaande content van vóór 28 juni 2025, zoals oudere documenten of video’s, kan onder voorwaarden zijn uitgezonderd. Deze uitzonderingen gelden niet automatisch; zij moeten worden aangevraagd en zorgvuldig worden onderbouwd.
Inclusiebeleid
Naast de wettelijke verplichtingen kunnen goede doelen er bewust voor kiezen om digitale toegankelijkheid breder te benaderen, vanuit hun inclusiebeleid. Door vrijwillig aan te sluiten bij de toegankelijkheidseisen uit de EAA wordt de website beter bruikbaar voor iedereen.
Toezichthouder ACM
De ACM ziet erop toe dat aanbieders voldoen aan de toegankelijkheidseisen uit de EAA, kan vragen om aanpassingen en, waar nodig, handhavend optreden. Uitgebreide informatie hierover vind je op de website van de ACM.