Uitkomsten ANBI-onderzoek 2026
Uit een recent gezamenlijk onderzoek van Goede Doelen Nederland, CIO, FIN, VrijwilligerswerkNL en Partos blijkt dat de ANBI-status voor veel maatschappelijke organisaties van groot belang is en blijft. Respondenten noemen vooral de fiscale voordelen en de legitimiteit en het vertrouwen die de status biedt richting donateurs, publiek, fondsen en (lokale) overheden. Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat er behoefte bestaat aan meer duidelijkheid en ruimte rondom steun aan niet-ANBI’s, stamvermogen, reserves en meerjarige financiering.
In het voorjaar van 2026 brachten de vijf opdrachtgevers de ervaringen van 233 organisaties met de ANBI-status in kaart. Meer dan 50% van de respondenten is aangesloten bij Goede Doelen Nederland. Het onderzoek geeft daarmee ook een goed beeld van de vragen en knelpunten die specifiek bij goede doelen leven.
De Kamerbrief Stand van zaken verbetermogelijkheden ANBI-regeling van 1 juni jl. bracht in dit dossier al meer duidelijkheid en rust. Met de onderzoeksuitkomsten in de hand zijn wij medio augustus hierover met het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst in gesprek gegaan.
Meeste organisaties kunnen uit de voeten met de regeling
Bijna twee derde van de respondenten geeft aan geen problemen te ervaren bij de naleving van de ANBI-criteria. Ook de ervaringen met toetsing door de Belastingdienst zijn overwegend positief: veel organisaties ervaren de toetsing als zorgvuldig en professioneel en waarderen de mogelijkheid om eventuele tekortkomingen te herstellen.
Tegelijkertijd wordt de regelgeving als complex en soms onduidelijk ervaren. Met name veranderende interpretaties kunnen onzekerheid veroorzaken. Ook leidt de beperkte capaciteit er bij kleine organisaties toe dat het lastig is om aan de eisen van de ANBI-toetsing te voldoen.
Eén derde van de respondenten die wel problemen ervaren met naleving van de ANBI-criteria zijn vervolgvragen gesteld over de knelpunten die zij ervaren. Het aantal respondenten is in onderstaande resultaten daarom lager.
Knelpunten
Steun aan niet-ANBI’s belangrijk aandachtspunt
Steun aan organisaties zonder ANBI-status wordt relatief vaak als knelpunt genoemd. Van de respondenten die hierover een vraag kregen, ervaart 35% dit als een knelpunt.
Wat opvalt is dat dit knelpunt zich voordoet in binnen- en buitenland, terwijl aanvankelijk werd verwacht dat dit voornamelijk internationale samenwerking zou betreffen. Ook in Nederland worden er initiatieven en maatschappelijke projecten zonder ANBI-status door organisaties gesteund die van groot belang zijn voor de samenleving. Steun aan een niet-ANBI in het buitenland maakt samenwerking met buitenlandse partners voor maatschappelijke organisaties lastig en ligt niet in lijn met ‘trust-based philanthropy’.
Stamvermogen en reserves vragen om passende kaders
Een tweede belangrijk thema voor de respondenten betreft stamvermogen en het aanhouden van reserves. Van de respondenten die vragen over stamvermogen kregen, noemt 42% dit een knelpunt. Bij het aanhouden van reserves is dat 34%.
Voor verschillende maatschappelijke organisaties sluiten de huidige regels rondom vermogen en reserves niet altijd aan bij de praktijk. Vermogen kan voor verschillende ANBI’s nodig zijn om inkomsten voor de lange termijn te genereren en zo continuïteit en maatschappelijke slagkracht te waarborgen. Respondenten ervaren onder meer onduidelijkheid over de omvang en de samenstelling van het stamvermogen, de mogelijkheid om het vermogen voor inflatie te corrigeren en de verhouding tussen stamvermogen, reserves en het bestedingscriterium.
Ook bij grote schenkingen of nalatenschappen kan spanning ontstaan. Een fonds wil middelen zorgvuldig en effectief inzetten, bijvoorbeeld door een maatschappelijke organisatie gedurende vijf jaar te ondersteunen in plaats van een groot bedrag in één keer uit te keren. De ANBI-regels kunnen echter druk geven om middelen sneller te besteden. Respondenten vragen daarom om duidelijke kaders én voldoende ruimte voor een verantwoorde, langjarige besteding van vermogen.
Algemeen nut
Ook de scheidslijn tussen algemeen nuttige en commerciële activiteiten roept vragen op. Van de respondenten die hierover bevraagd zijn, ervaart 29% dit als een knelpunt. Daarbij gaat het onder meer om de vraag wanneer inkomsten uit producten of diensten nog onderdeel zijn van de algemeen nuttige activiteiten en wanneer sprake is van commerciële activiteiten.
Daarnaast is het 90%-criterium voor 22% van de respondenten die hierover zijn bevraagd onduidelijk. Vooral de afbakening tussen algemeen nut en particulier belang wordt als een grijs gebied ervaren.
Behoefte aan praktische ondersteuning en voorlichting
Het onderzoek geeft ook een duidelijke boodschap mee aan de brancheverenigingen. Organisaties willen tijdig geïnformeerd worden over veranderingen in de ANBI-regelgeving en hebben behoefte aan praktische duiding. Wij zetten verdere stappen om onze leden van goede informatie te voorzien.
Brancheverenigingen blijven knelpunten agenderen
De hoofdboodschap van het onderzoek is niet dat het ANBI-stelsel ter discussie staat. De ANBI-status heeft voor fondsen, goede doelen en andere maatschappelijke organisaties een grote waarde. Wel moet het stelsel voldoende blijven aansluiten bij de manier waarop filantropie zich ontwikkelt.
Voor de aangesloten koepels staan daarbij vier uitgangspunten centraal: duidelijkheid, eenvoud, proportionaliteit en vertrouwen. Maatschappelijke organisaties moeten weten waar zij aan toe zijn, regels moeten ruimte bieden voor verschillende typen organisaties en financieringsvormen, en toezicht moet effectief zijn zonder waardevol maatschappelijk handelen onnodig te belemmeren.
De komende periode nemen we de onderzoeksresultaten mee in het overleg dat wij hebben met het ministerie van Financiën en de Belastingdienst. Daarbij zetten we in op heldere en werkbare kaders, met bijzondere aandacht voor steun aan niet-ANBI’s, stamvermogen en reserves en de ruimte voor langjarige en flexibele financiering. Zodra daar meer duidelijkheid over is, informeren we onze leden.